Belang in winkelpand leidt tot stakingswinst commanditaire vennoot
Na het beëindigen van de onderneming, die door een commanditaire vennootschap is gedreven, stelt een van de commanditaire vennoten zich op het standpunt, dat hij voor zijn deelname in de CV geen ondernemer is. Doel van die stellingname is belastingheffing te voorkomen over de behaalde boekwinst bij de verkoop van het bedrijfspand. Dat kan immers geen ondernemingsvermogen zijn als de commanditaire vennoot geen ondernemer is. Hof Den Haag is op grond van de vennootschapsakte en op grond van de in eerdere aangiften inkomstenbelasting van de commanditaire vennoot van oordeel, dat deze ondernemer is. Omdat het pand een winkelpand is, dat binnen de onderneming werd gebruikt, is het verplicht ondernemingsvermogen. Dat heeft tot gevolg, dat de bij verkoop van het pand behaalde winst belast is. Vanwege het beëindigen van de onderneming was daarop wel het bijzondere tarief zoals de wet IB 1964 dat kende van toepassing.
Na het beëindigen van de onderneming, die door een commanditaire vennootschap is gedreven, stelt een van de commanditaire vennoten zich op het standpunt, dat hij voor zijn deelname in de CV geen ondernemer is. Doel van die stellingname is belastingheffing te voorkomen over de behaalde boekwinst bij de verkoop van het bedrijfspand. Dat kan immers geen ondernemingsvermogen zijn als de commanditaire vennoot geen ondernemer is. Hof Den Haag is op grond van de vennootschapsakte en op grond van de in eerdere aangiften inkomstenbelasting van de commanditaire vennoot van oordeel, dat deze ondernemer is. Omdat het pand een winkelpand is, dat binnen de onderneming werd gebruikt, is het verplicht ondernemingsvermogen. Dat heeft tot gevolg, dat de bij verkoop van het pand behaalde winst belast is. Vanwege het beëindigen van de onderneming was daarop wel het bijzondere tarief zoals de wet IB 1964 dat kende van toepassing.