Beëindigingsvergoeding managementovereenkomst

De deelnemingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting moet voorkomen dat winst tweemaal wordt belast; de eerste keer bij de vennootschap die met haar eigen activiteiten de winst genereert en de tweede keer bij de vennootschap die als aandeelhouder een belang heeft in de vennootschap die de winst heeft gegenereerd.

 

Een belastingadviespraktijk werd aanvankelijk gedreven in de vorm van een maatschap tussen BV’s en vervolgens in de vorm van een naamloze vennootschap. Bij de inbreng van de individuele adviespraktijken door de participerende BV’s ontvingen zij als tegenprestatie een aandeel in de NV. Daarnaast sloten zij een managementovereenkomst met de NV. Bij beëindiging van deze overeenkomst diende een participant het aandeel in de NV over te dragen voor de nominale waarde van het aandeel.

 

Een BV en de NV verbraken in 2004 de managementovereenkomst. De BV ontving ter zake van de beëindiging ondermeer een beëindigingsvergoeding. De BV meende dat deze vergoeding in ieder geval gedeeltelijk onder de deelnemingsvrijstelling viel en dus bij haar niet belast was. Ten tijde van de omzetting van de maatschap in de NV was met de belastingdienst afgesproken dat de NV jaarlijks een winst zou aangeven van 7% van de totale winst vóór aftrek van de te betalen managementvergoedingen. De fiscale winst zou jaarlijks onder toepassing van de deelnemingsvrijstelling volledig worden uitgekeerd. De managementvergoedingen waren uiteraard aftrekbaar van de winst van de NV.

Naar het oordeel van de rechtbank was de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing op de beëindigingsvergoeding, omdat de waarde van het aandeel in de NV was vastgesteld op de nominale waarde. Het aandeel kon niet aan een willekeurige derde worden verkocht.

Binnen de NV was geen vermogen gevormd of winst opgepot waardoor de waarde van de aandelen hoger zou moeten zijn dan nominaal. Ook had de NV in het verleden geen dividend uitgekeerd. Het gehele bedrijfsresultaat van de NV werd als managementvergoeding uitgekeerd aan de aandeelhouders. In hoger beroep sloot het gerechtshof zich aan bij het oordeel van de rechtbank.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De deelnemingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting moet voorkomen dat winst tweemaal wordt belast; de eerste keer bij de vennootschap die met haar eigen activiteiten de winst genereert en de tweede keer bij de vennootschap die als aandeelhouder een belang heeft in de vennootschap die de winst heeft gegenereerd.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt"><?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p>&nbsp;</o:p></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Een belastingadviespraktijk werd aanvankelijk gedreven in de vorm van een maatschap tussen BV’s en vervolgens in de vorm van een naamloze vennootschap. Bij de inbreng van de individuele adviespraktijken door de participerende BV’s ontvingen zij als tegenprestatie een aandeel in de NV. Daarnaast sloten zij een managementovereenkomst met de NV. Bij beëindiging van deze overeenkomst diende een participant het aandeel in de NV over te dragen voor de nominale waarde van het aandeel.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt"><SPAN style="mso-spacerun: yes">&nbsp;</SPAN></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Een BV en de NV verbraken in 2004 de managementovereenkomst. De BV ontving ter zake van de beëindiging ondermeer een beëindigingsvergoeding. De BV meende dat deze vergoeding in ieder geval gedeeltelijk onder de deelnemingsvrijstelling viel en dus bij haar niet belast was. Ten tijde van de omzetting van de maatschap in de NV was met de belastingdienst afgesproken dat de NV jaarlijks een winst zou aangeven van 7% van de totale winst vóór aftrek van de te betalen managementvergoedingen. De fiscale winst zou jaarlijks onder toepassing van de deelnemingsvrijstelling volledig worden uitgekeerd. De managementvergoedingen waren uiteraard aftrekbaar van de winst van de NV.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Naar het oordeel van de rechtbank was de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing op de beëindigingsvergoeding, omdat de waarde van het aandeel in de NV was vastgesteld op de nominale waarde. Het aandeel kon niet aan een willekeurige derde worden verkocht. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Binnen de NV was geen vermogen gevormd of winst opgepot waardoor de waarde van de aandelen hoger zou moeten zijn dan nominaal. Ook had de NV in het verleden geen dividend uitgekeerd. Het gehele bedrijfsresultaat van de NV werd als managementvergoeding uitgekeerd aan de aandeelhouders. In hoger beroep sloot het gerechtshof zich aan bij het oordeel van de rechtbank.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u