Bedrijfsfusievrijstelling niet van toepassing op koop tegen te lage prijs

Een Nederlandse BV kocht vrijwel alle aandelen in een dochtermaatschappij van haar in Mexico gevestigde zustermaatschappij. De Nederlandse BV bleef de koopsom van ruim $ 6 miljoen schuldig. De werkelijke waarde van deze aandelen was veel hoger dan de koopsom. De Nederlandse BV deed een beroep op de bedrijfsfusievrijstelling van de kapitaalsbelasting voor de verkrijging van het belang in de Mexicaanse vennootschap. Voor deze vrijstelling geldt echter als voorwaarde dat de aandelen worden verworven tegen toekenning van eigen aandelen. Aan die voorwaarde was niet voldaan gezien de bij de koopovereenkomst bedongen prijs. Volgens de BV gold de bedrijfsfusievrijstelling ook voor een informele kapitaalstorting, zodat het geen verschil maakte of de verwerving van aandelen plaats had gevonden tegen uitreiking van aandelen of niet. Het Hof was echter van oordeel dat de verwerving van aandelen tegen een onzakelijke prijs geen informele kapitaalstorting was. De betaalde koopsom was een meer dan symbolische vergoeding, ook al vormde deze slechts een klein gedeelte van de werkelijke waarde. De informele kapitaalstorting bestond niet uit de verwerving van de aandelen, maar uit de meerwaarde van die aandelen ten opzichte van de koopsom. Ook het standpunt dat deze situatie moest worden behandeld als de verwerving van aandelen tegen toekenning van eigen aandelen en betaling van een bedrag van minder dan 10 % van de nominale waarde van de toegekende aandelen, waarvoor in dit geval de waarde van de informele kapitaalstorting in de plaats trad, wees het Hof af. Zowel feitelijk als rechtens is de verwerving tegen toekenning van aandelen met een bijbetaling van minder dan 10% ter afronding van het toe te kennen aandelenkapitaal een andere vorm van verwerving dan de koop tegen een koopsom die minder dan 10% van de overwaarde bedraagt. De BV had geen recht op toepassing van de bedrijfsfusievrijstelling. De inspecteur berekende de waarde van de verkregen aandelen op $ 210 miljoen. Na aftrek van de betaalde koopsom leverde dat een informele kapitaalstorting op van ruim ƒ 526 miljoen. De BV stelde de waarde van de aandelen op $ 80 miljoen. Het Hof volgde het standpunt van de inspecteur, gezien de jaarrekening en de aangifte vennootschapsbelasting voor het jaar 2000 van de BV en de verklaring van de adviseur van de BV over de waarde van de aandelen. De opgelegde naheffingsaanslag kapitaalsbelasting bleef in stand.
Een Nederlandse BV kocht vrijwel alle aandelen in een dochtermaatschappij van haar in Mexico gevestigde zustermaatschappij. De Nederlandse BV bleef de koopsom van ruim $ 6 miljoen schuldig. De werkelijke waarde van deze aandelen was veel hoger dan de koopsom. De Nederlandse BV deed een beroep op de bedrijfsfusievrijstelling van de kapitaalsbelasting voor de verkrijging van het belang in de Mexicaanse vennootschap. Voor deze vrijstelling geldt echter als voorwaarde dat de aandelen worden verworven tegen toekenning van eigen aandelen. Aan die voorwaarde was niet voldaan gezien de bij de koopovereenkomst bedongen prijs. Volgens de BV gold de bedrijfsfusievrijstelling ook voor een informele kapitaalstorting, zodat het geen verschil maakte of de verwerving van aandelen plaats had gevonden tegen uitreiking van aandelen of niet. Het Hof was echter van oordeel dat de verwerving van aandelen tegen een onzakelijke prijs geen informele kapitaalstorting was. De betaalde koopsom was een meer dan symbolische vergoeding, ook al vormde deze slechts een klein gedeelte van de werkelijke waarde. De informele kapitaalstorting bestond niet uit de verwerving van de aandelen, maar uit de meerwaarde van die aandelen ten opzichte van de koopsom. Ook het standpunt dat deze situatie moest worden behandeld als de verwerving van aandelen tegen toekenning van eigen aandelen en betaling van een bedrag van minder dan 10 % van de nominale waarde van de toegekende aandelen, waarvoor in dit geval de waarde van de informele kapitaalstorting in de plaats trad, wees het Hof af. Zowel feitelijk als rechtens is de verwerving tegen toekenning van aandelen met een bijbetaling van minder dan 10% ter afronding van het toe te kennen aandelenkapitaal een andere vorm van verwerving dan de koop tegen een koopsom die minder dan 10% van de overwaarde bedraagt. De BV had geen recht op toepassing van de bedrijfsfusievrijstelling. De inspecteur berekende de waarde van de verkregen aandelen op $ 210 miljoen. Na aftrek van de betaalde koopsom leverde dat een informele kapitaalstorting op van ruim ƒ 526 miljoen. De BV stelde de waarde van de aandelen op $ 80 miljoen. Het Hof volgde het standpunt van de inspecteur, gezien de jaarrekening en de aangifte vennootschapsbelasting voor het jaar 2000 van de BV en de verklaring van de adviseur van de BV over de waarde van de aandelen. De opgelegde naheffingsaanslag kapitaalsbelasting bleef in stand.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u