Basissalaris van beroepssporter kan deels worden toegerekend aan buitenlandse werkzaamheden

Werkzaamheden die in het buitenland worden verricht kunnen tot dubbele belastingheffing leiden. Niet alleen het woonland van de werknemer zal belasting willen heffen, maar ook het land waar de werkzaamheden worden verricht kan belasting heffen. In verdragen ter voorkoming van dubbele belastingheffing regelen landen de toerekening van inkomsten en de manier waarop dubbele belastingheffing moet worden voorkomen. Een aantal verdragen hanteert de zogenaamde verrekeningsmethode. Die methode houdt in dat de in het buitenland ingehouden belasting wordt verrekend met de Nederlandse inkomstenbelasting. Andere verdragen hanteren de vrijstellingsmethode. Die methode houdt in dat Nederland een aftrek elders belast verleent aan de aan het buitenland toe te rekenen inkomsten. In een aantal procedures is de vraag aan de orde geweest of een deel van het basissalaris, dat een beroepssporter van zijn in Nederland gevestigde werkgever ontvangt, mag worden toegerekend aan zijn werkzaamheden in het buitenland. De procedures hadden betrekking op een wielrenner, een voetballer en een schaatser. De bepalingen in de relevante belastingverdragen, die betrekking hadden op artiesten en sporters, waren gebaseerd op het OESO-model van 1963. Het model en het commentaar daarop geeft aan, dat niet alleen de in het buitenland ontvangen bedragen in het buitenland mogen worden belast, maar ook het aandeel in het salaris, dat betrekking heeft op de werkzaamheden in het buitenland. De tekst van het OESO-modelverdrag bepaalt niet hoe sterk het verband tussen de inkomsten en de buitenlandse werkzaamheden moet zijn. Volgens de Hoge Raad hangt het van de omstandigheden af of (een deel van) het (basis)salaris van een sporter in dienstbetrekking aan persoonlijke werkzaamheden in het buitenland kan worden toegerekend. Wanneer de sporter zich in zijn arbeidsovereenkomst heeft verplicht om aan wedstrijden in het buitenland deel te nemen moet het (basis)salaris tijdsevenredig worden toegerekend aan de in het buitenland verrichte persoonlijke werkzaamheden. Tot deze werkzaamheden behoren het publieksgerichte optreden en de tijdsbesteding die daarmee samenhangt, zoals trainingen, reizen en noodzakelijk verblijf, voorzover die tijdsbesteding heeft plaatsgehad in dezelfde staat als het optreden. De Hoge Raad onderschreef daarmee de uitspraken van het Hof.
Werkzaamheden die in het buitenland worden verricht kunnen tot dubbele belastingheffing leiden. Niet alleen het woonland van de werknemer zal belasting willen heffen, maar ook het land waar de werkzaamheden worden verricht kan belasting heffen. In verdragen ter voorkoming van dubbele belastingheffing regelen landen de toerekening van inkomsten en de manier waarop dubbele belastingheffing moet worden voorkomen. Een aantal verdragen hanteert de zogenaamde verrekeningsmethode. Die methode houdt in dat de in het buitenland ingehouden belasting wordt verrekend met de Nederlandse inkomstenbelasting. Andere verdragen hanteren de vrijstellingsmethode. Die methode houdt in dat Nederland een aftrek elders belast verleent aan de aan het buitenland toe te rekenen inkomsten.
In een aantal procedures is de vraag aan de orde geweest of een deel van het basissalaris, dat een beroepssporter van zijn in Nederland gevestigde werkgever ontvangt, mag worden toegerekend aan zijn werkzaamheden in het buitenland. De procedures hadden betrekking op een wielrenner, een voetballer en een schaatser.
De bepalingen in de relevante belastingverdragen, die betrekking hadden op artiesten en sporters, waren gebaseerd op het OESO-model van 1963. Het model en het commentaar daarop geeft aan, dat niet alleen de in het buitenland ontvangen bedragen in het buitenland mogen worden belast, maar ook het aandeel in het salaris, dat betrekking heeft op de werkzaamheden in het buitenland. De tekst van het OESO-modelverdrag bepaalt niet hoe sterk het verband tussen de inkomsten en de buitenlandse werkzaamheden moet zijn. Volgens de Hoge Raad hangt het van de omstandigheden af of (een deel van) het (basis)salaris van een sporter in dienstbetrekking aan persoonlijke werkzaamheden in het buitenland kan worden toegerekend. Wanneer de sporter zich in zijn arbeidsovereenkomst heeft verplicht om aan wedstrijden in het buitenland deel te nemen moet het (basis)salaris tijdsevenredig worden toegerekend aan de in het buitenland verrichte persoonlijke werkzaamheden. Tot deze werkzaamheden behoren het publieksgerichte optreden en de tijdsbesteding die daarmee samenhangt, zoals trainingen, reizen en noodzakelijk verblijf, voorzover die tijdsbesteding heeft plaatsgehad in dezelfde staat als het optreden. De Hoge Raad onderschreef daarmee de uitspraken van het Hof.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u