
De houder van een motorrijtuig zoals een personenauto moet motorrijtuigenbelasting betalen, ongeacht het gebruik van het vervoermiddel. Ook als de auto op eigen terrein geparkeerd staat moet de belasting betaald worden, tenzij het kenteken is geschorst. Voor motorrijtuigen die tot de bedrijfsvoorraad behoren, geldt een andere regeling om garagehouders niet onnodig te belasten. Voor deze motorrijtuigen kan met een zogenaamd handelaarskenteken (met groene kentekenplaten) gebruik gemaakt worden van de openbare weg voor proefritten en dergelijke.
Bij de constatering door de belastingdienst van gebruik van de weg met een motorrijtuig uit de bedrijfsvoorraad zonder handelaarskenteken kan de motorrijtuigenbelasting worden nageheven.
Onder weg wordt verstaan de voor het openbaar verkeer openstaande weg inclusief bruggen en duikers en tot de weg behorende paden, bermen en zijkanten.
De belastingdienst legde een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting op aan een garagehouder die een tot de bedrijfsvoorraad behorende auto had geparkeerd op een grasveld naast het bedrijf. Een dergelijk terrein is echter geen onderdeel van de openbare weg, aldus Hof Arnhem. Het hof heeft de naheffingsaanslag vernietigd.