Anoniementarief niet baseren op ontbreken loonbelastingverklaringen
In de loonadministratie van een werkgever ontbraken afschriften van de identiteitsbewijzen van verscheidene werknemers en waren afschriften van valse identiteitsbewijzen opgenomen. Ook ontbraken er loonbelastingverklaringen en waren loonbelastingverklaringen onvolledig of onjuist ingevuld. Naar aanleiding daarvan legde de belastingdienst een naheffingsaanslag loonbelasting op die was berekend met toepassing van het anoniementarief. De werkgever zag het toepassen van het anoniementarief als een strafsanctie. Het opleggen van een afzonderlijke boete was in die visie een dubbele beboeting. Naar de mening van de werkgever mocht het anoniementarief niet worden toegepast bij het ontbreken of onjuist ingevuld zijn van loonbelastingverklaringen. Volgens Hof Amsterdam bleek uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dat het anoniementarief geen strafsanctie is. Dat de werkgever de nageheven loonbelasting niet kon verhalen omdat hij nettoloonafspraken had met zijn werknemers maakte van het anoniementarief geen strafsanctie. Er was dus geen sprake van dubbele beboeting. Uit de tekst van de wet volgt dat het anoniementarief mag worden toegepast wanneer de werknemer zijn naam, adres of woonplaats niet aan de inhoudingsplichtige heeft verstrekt. De manier waarop hij die gegevens moet verstrekken is niet voorgeschreven. Als de gegevens van de werknemer bekend zijn mag het anoniementarief niet worden toegepast wegens het ontbreken van een loonbelastingverklaring. De werkgever in kwestie schoot daar niets mee op, omdat de gegevens ontbraken of niet aan de hand van identiteitsbewijzen konden worden vastgesteld.
In de loonadministratie van een werkgever ontbraken afschriften van de identiteitsbewijzen van verscheidene werknemers en waren afschriften van valse identiteitsbewijzen opgenomen. Ook ontbraken er loonbelastingverklaringen en waren loonbelastingverklaringen onvolledig of onjuist ingevuld. Naar aanleiding daarvan legde de belastingdienst een naheffingsaanslag loonbelasting op die was berekend met toepassing van het anoniementarief. De werkgever zag het toepassen van het anoniementarief als een strafsanctie. Het opleggen van een afzonderlijke boete was in die visie een dubbele beboeting. Naar de mening van de werkgever mocht het anoniementarief niet worden toegepast bij het ontbreken of onjuist ingevuld zijn van loonbelastingverklaringen. Volgens Hof Amsterdam bleek uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dat het anoniementarief geen strafsanctie is. Dat de werkgever de nageheven loonbelasting niet kon verhalen omdat hij nettoloonafspraken had met zijn werknemers maakte van het anoniementarief geen strafsanctie. Er was dus geen sprake van dubbele beboeting. Uit de tekst van de wet volgt dat het anoniementarief mag worden toegepast wanneer de werknemer zijn naam, adres of woonplaats niet aan de inhoudingsplichtige heeft verstrekt. De manier waarop hij die gegevens moet verstrekken is niet voorgeschreven. Als de gegevens van de werknemer bekend zijn mag het anoniementarief niet worden toegepast wegens het ontbreken van een loonbelastingverklaring. De werkgever in kwestie schoot daar niets mee op, omdat de gegevens ontbraken of niet aan de hand van identiteitsbewijzen konden worden vastgesteld.