Ambtshalve aanslag moet redelijkheidstoets doorstaan
Wanneer iemand het aan hem uitgereikte aangiftebiljet niet binnen de daarvoor gestelde termijn indient heeft de inspecteur de bevoegdheid om de aanslag ambtshalve vast te stellen. Op de belanghebbende rust bij het niet doen van de vereiste aangifte een verzwaarde bewijslast wanneer hij het niet eens is met de opgelegde aanslag. Zonder dergelijk overtuigend bewijs blijft de aanslag in stand, tenzij de aanslag berust op een willekeurige schatting van het belastbare bedrag door de inspecteur.In een procedure over een ambtshalve vastgestelde aanslag vennootschapsbelasting voor het jaar 2000 was Hof Den Haag van oordeel dat de schatting van de inspecteur willekeurig was. De inspecteur had zijn schatting gebaseerd op het bedrag van de loonbetalingen aan de directeur en de - te laag vastgestelde - winsten voor de jaren 1997 en 1998. De NV stelde dat er in 2000 verlies was geleden. Haar directeur was in 1999 door de FIOD gearresteerd en had drie maanden in voorarrest gezeten. Daardoor waren de klanten weggelopen en was de omzet in 2000 tot nihil gedaald. Naar het oordeel van het Hof onderbouwde de inspecteur de hoogte van zijn schatting van het belastbare bedrag onvoldoende om de redelijkheidstoets te kunnen doorstaan. De redelijkheid van de schatting kon niet worden gebaseerd op de omstandigheid dat aan de directeur loon was uitbetaald. Het Hof stelde het belastbare bedrag op nihil.
Wanneer iemand het aan hem uitgereikte aangiftebiljet niet binnen de daarvoor gestelde termijn indient heeft de inspecteur de bevoegdheid om de aanslag ambtshalve vast te stellen. Op de belanghebbende rust bij het niet doen van de vereiste aangifte een verzwaarde bewijslast wanneer hij het niet eens is met de opgelegde aanslag. Zonder dergelijk overtuigend bewijs blijft de aanslag in stand, tenzij de aanslag berust op een willekeurige schatting van het belastbare bedrag door de inspecteur.In een procedure over een ambtshalve vastgestelde aanslag vennootschapsbelasting voor het jaar 2000 was Hof Den Haag van oordeel dat de schatting van de inspecteur willekeurig was. De inspecteur had zijn schatting gebaseerd op het bedrag van de loonbetalingen aan de directeur en de - te laag vastgestelde - winsten voor de jaren 1997 en 1998. De NV stelde dat er in 2000 verlies was geleden. Haar directeur was in 1999 door de FIOD gearresteerd en had drie maanden in voorarrest gezeten. Daardoor waren de klanten weggelopen en was de omzet in 2000 tot nihil gedaald. Naar het oordeel van het Hof onderbouwde de inspecteur de hoogte van zijn schatting van het belastbare bedrag onvoldoende om de redelijkheidstoets te kunnen doorstaan. De redelijkheid van de schatting kon niet worden gebaseerd op de omstandigheid dat aan de directeur loon was uitbetaald. Het Hof stelde het belastbare bedrag op nihil.