Alternatieve bewijsmiddelen van uitvoer moeten zijn gewaarmerkt door overheid
Niet door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming gewaarmerkte alternatieve bewijsmiddelen kunnen niet dienen als bewijs dat accijnsgoederen die onder schorsing van de accijns zijn verzonden naar een andere lidstaat daar zijn ontvangen door de geadresseerde. Voor alternatieve bewijsmiddelen gelden voor accijnsgoederen dezelfde regels als voor douanegoederen. Het feit dat voor accijnsgoederen niet door alle lidstaten wordt voorgeschreven dat na ontvangst van accijnsgoederen onder schorsing het AGD ter visering moet worden aangeboden is niet van invloed op de voorwaarden die gelden voor het aanvaarden van alternatieve bewijsmiddelen.
Niet door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming gewaarmerkte alternatieve bewijsmiddelen kunnen niet dienen als bewijs dat accijnsgoederen die onder schorsing van de accijns zijn verzonden naar een andere lidstaat daar zijn ontvangen door de geadresseerde. Voor alternatieve bewijsmiddelen gelden voor accijnsgoederen dezelfde regels als voor douanegoederen. Het feit dat voor accijnsgoederen niet door alle lidstaten wordt voorgeschreven dat na ontvangst van accijnsgoederen onder schorsing het AGD ter visering moet worden aangeboden is niet van invloed op de voorwaarden die gelden voor het aanvaarden van alternatieve bewijsmiddelen.