Afzien pensioen na zetelverplaatsing BV

Een persoonlijke houdstervennootschap had aan haar directeur en enige aandeelhouder pensioenrechten toegekend. De vennootschap was de moedermaatschappij van een fiscale eenheid, waartoe ondermeer een pensioen-BV behoorde. In 1993 werden de pensioenrechten overgedragen aan de pensioen-BV, waarvan de leiding vervolgens op 15 december 1993 was verplaatst naar de Nederlandse Antillen. Eind 1995 zag de DGA af van zijn pensioenaanspraken. In de aangifte vennootschapsbelasting 1995 van de fiscale eenheid werd een aftrek elders belaste winst van ƒ 415.293 gevraagd. In de winst was een bedrag van ƒ 1.169.925 opgenomen in verband met de vrijval van de pensioenvoorziening. De inspecteur was van mening dat het afzien van pensioenaanspraken in 1995 al op 15 december 1993 was voorzien. Daarom stond hij geen aftrek elders belast toe. Hof Den Bosch was van oordeel dat op grond van een redelijke wetstoepassing het voordeel voor de fiscale eenheid van het vrijvallen van pensioenrechten bij de bepaling van de winst in aanmerking genomen moest worden.De kans dat niet zou worden afgezien van de pensioenrechten stelde het Hof per 15 december 1993, rekening houdend met de leeftijd van de pensioengerechtigden, hun gezinssamenstelling, de verwachting dat de winst (mede) in de Nederlandse heffingssfeer zou blijven en de kans op wetswijziging, op 40%. Op de openingsbalans van de vaste inrichting kon de pensioenverplichting voor ƒ 255.125 worden opgenomen. Volgens het Hof was de kans dat niet zou worden afgezien tussen 15 december 1993 en 28 december 1995 niet gewijzigd. Dat betekende dat de pensioenverplichting steeds op 40% van de actuariële waarde moest worden gesteld. Het Hof berekende de elders belaste winst op ƒ 319.607.Volgens de Hoge Raad maakte het Hof bij de berekening van de aftrekwinst een fout. Bij de berekening van de pensioenvoorziening voor de balans van de vaste inrichting had het Hof moeten uitgaan van de feitelijk in de jaren 1994 en 1995 ten laste van de winst van de vaste inrichting gekomen dotaties aan de pensioenvoorziening. Voor 1995 had het Hof op dit punt een correctie aangebracht. In 1994 was ƒ 53.133 aan de pensioenvoorziening toegevoegd en niet ƒ 10.627 waarvan het Hof was uitgegaan. De winst door de vrijval van de pensioenvoorziening en dus het bedrag waarvoor aftrek ter voorkoming van dubbele belasting moest worden verleend, moest daarom met het verschil worden verhoogd.
Een persoonlijke houdstervennootschap had aan haar directeur en enige aandeelhouder pensioenrechten toegekend. De vennootschap was de moedermaatschappij van een fiscale eenheid, waartoe ondermeer een pensioen-BV behoorde. In 1993 werden de pensioenrechten overgedragen aan de pensioen-BV, waarvan de leiding vervolgens op 15 december 1993 was verplaatst naar de Nederlandse Antillen. Eind 1995 zag de DGA af van zijn pensioenaanspraken. In de aangifte vennootschapsbelasting 1995 van de fiscale eenheid werd een aftrek elders belaste winst van ƒ 415.293 gevraagd. In de winst was een bedrag van ƒ 1.169.925 opgenomen in verband met de vrijval van de pensioenvoorziening. De inspecteur was van mening dat het afzien van pensioenaanspraken in 1995 al op 15 december 1993 was voorzien. Daarom stond hij geen aftrek elders belast toe. Hof Den Bosch was van oordeel dat op grond van een redelijke wetstoepassing het voordeel voor de fiscale eenheid van het vrijvallen van pensioenrechten bij de bepaling van de winst in aanmerking genomen moest worden.De kans dat niet zou worden afgezien van de pensioenrechten stelde het Hof per 15 december 1993, rekening houdend met de leeftijd van de pensioengerechtigden, hun gezinssamenstelling, de verwachting dat de winst (mede) in de Nederlandse heffingssfeer zou blijven en de kans op wetswijziging, op 40%. Op de openingsbalans van de vaste inrichting kon de pensioenverplichting voor ƒ 255.125 worden opgenomen. Volgens het Hof was de kans dat niet zou worden afgezien tussen 15 december 1993 en 28 december 1995 niet gewijzigd. Dat betekende dat de pensioenverplichting steeds op 40% van de actuariële waarde moest worden gesteld. Het Hof berekende de elders belaste winst op ƒ 319.607.Volgens de Hoge Raad maakte het Hof bij de berekening van de aftrekwinst een fout. Bij de berekening van de pensioenvoorziening voor de balans van de vaste inrichting had het Hof moeten uitgaan van de feitelijk in de jaren 1994 en 1995 ten laste van de winst van de vaste inrichting gekomen dotaties aan de pensioenvoorziening. Voor 1995 had het Hof op dit punt een correctie aangebracht. In 1994 was ƒ 53.133 aan de pensioenvoorziening toegevoegd en niet ƒ 10.627 waarvan het Hof was uitgegaan. De winst door de vrijval van de pensioenvoorziening en dus het bedrag waarvoor aftrek ter voorkoming van dubbele belasting moest worden verleend, moest daarom met het verschil worden verhoogd.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u