Afwijking WOZ-waarde minder dan 4%

De Wet WOZ bevat een bepaling die procedures over kleine waardeverschillen moet voorkomen. Volgens deze bepaling is de bij beschikking tussen een bedrag van € 200.000 en € 500.000 vastgestelde waarde juist als de werkelijke waarde niet meer dan € 10.000 en niet meer dan 4% afwijkt van de aanvankelijk vastgestelde waarde.

De gemeente had de waarde van een woning vastgesteld op € 444.160. Volgens de rechtbank moest de waarde worden gesteld op € 430.000. Het verschil bedroeg € 14.160. Dat is minder dan 4% van de aanvankelijk vastgestelde waarde. Dat betekende dat de rechtbank het beroep ongegrond had moeten verklaren. De rechtbank verlaagde echter de waarde tot € 430.000. De gemeente ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. De eigenaar van de woning deed dat niet. Ook maakte hij geen gebruik van de mogelijkheid een verweerschrift in te dienen en daarin incidenteel hoger beroep in te stellen. Wel voerde hij op de zitting van het hof aan dat de waarde van de woning moest worden vastgesteld op € 424.284. Dat bedrag week meer dan 4% af van de oorspronkelijk vastgestelde waarde.

Alleen de gemeente had hoger beroep ingesteld. Het instellen van (hoger) beroep kan er niet toe leiden dat degene die beroep instelt in een slechtere positie komt te verkeren dan voor het beroep. Dat betekende dat het hof de waarde van de woning niet lager kon vaststellen dan de rechtbank had gedaan. Omdat de eigenaar geen hoger beroep had ingesteld stond de door de rechtbank bepaalde waarde van de woning vast en niet meer ter beoordeling van het hof. Gezien het verschil in waarde van minder dan 4% had de rechtbank het beroep ongegrond moeten verklaren. Het hof stelde de waarde van de woning overeenkomstig de uitspraak op bezwaar vast op € 444.160.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De Wet WOZ bevat een bepaling die procedures over kleine waardeverschillen moet voorkomen. Volgens deze bepaling is de bij beschikking tussen een bedrag van € 200.000 en € 500.000 vastgestelde waarde juist als de werkelijke waarde niet meer dan € 10.000 en niet meer dan 4% afwijkt van de aanvankelijk vastgestelde waarde. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De gemeente had de waarde van een woning vastgesteld op € 444.160. Volgens de rechtbank moest de waarde worden gesteld op € 430.000. Het verschil bedroeg € 14.160. Dat is minder dan 4% van de aanvankelijk vastgestelde waarde. Dat betekende dat de rechtbank het beroep ongegrond had moeten verklaren. De rechtbank verlaagde echter de waarde tot € 430.000. De gemeente ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. De eigenaar van de woning deed dat niet. Ook maakte hij geen gebruik van de mogelijkheid een verweerschrift in te dienen en daarin incidenteel hoger beroep in te stellen. Wel voerde hij op de zitting van het hof aan dat de waarde van de woning moest worden vastgesteld op € 424.284. Dat bedrag week meer dan 4% af van de oorspronkelijk vastgestelde waarde.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Alleen de gemeente had hoger beroep ingesteld. Het instellen van (hoger) beroep kan er niet toe leiden dat degene die beroep instelt in een slechtere positie komt te verkeren dan voor het beroep. Dat betekende dat het hof de waarde van de woning niet lager kon vaststellen dan de rechtbank had gedaan. Omdat de eigenaar geen hoger beroep had ingesteld stond de door de rechtbank bepaalde waarde van de woning vast en niet meer ter beoordeling van het hof. Gezien het verschil in waarde van minder dan 4% had de rechtbank het beroep ongegrond moeten verklaren. Het hof stelde de waarde van de woning overeenkomstig de uitspraak op bezwaar vast op € 444.160.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u