Afwijkende voorschriften afschrijving eigen monumentenpand leidden niet tot aftrek in 2001
De eigenaar van een monumentenpand gebruikte dat pand als eigen woning. In zijn aangifte Inkomstenbelasting 2001 claimde hij een aftrek van € 6.218 aan afschrijvingskosten. Dat was gebaseerd op de WOZ-waarde van het pand, rekening houdend met een restwaarde van 25% en 4% afschrijving per jaar. De inspecteur stond de aftrek niet toe, omdat hij van mening was dat de afschrijving moest worden gesteld op 15% van het bruto eigenwoningforfait. Die regeling gold echter tot 1 januari 2001 en vervolgens weer sinds 1 januari 2004. In de periode van 1 januari 2001 tot 1 januari 2004 had de minister geen gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid om nadere regels te stellen voor de afschrijving van monumentenwoningen. Hof Amsterdam berekende de afschrijving uitgaande van de aanschafprijs van de huidige eigenaar, een levensduur van 60 jaar en een restwaarde van 25%. De aldus berekende afschrijving kwam samen met de onderhoudskosten niet uit boven de geldende drempel voor de aftrek van kosten. Dat betekende, dat de inspecteur de aanslag correct had vastgesteld.
De eigenaar van een monumentenpand gebruikte dat pand als eigen woning. In zijn aangifte Inkomstenbelasting 2001 claimde hij een aftrek van € 6.218 aan afschrijvingskosten. Dat was gebaseerd op de WOZ-waarde van het pand, rekening houdend met een restwaarde van 25% en 4% afschrijving per jaar. De inspecteur stond de aftrek niet toe, omdat hij van mening was dat de afschrijving moest worden gesteld op 15% van het bruto eigenwoningforfait. Die regeling gold echter tot 1 januari 2001 en vervolgens weer sinds 1 januari 2004. In de periode van 1 januari 2001 tot 1 januari 2004 had de minister geen gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid om nadere regels te stellen voor de afschrijving van monumentenwoningen. Hof Amsterdam berekende de afschrijving uitgaande van de aanschafprijs van de huidige eigenaar, een levensduur van 60 jaar en een restwaarde van 25%. De aldus berekende afschrijving kwam samen met de onderhoudskosten niet uit boven de geldende drempel voor de aftrek van kosten. Dat betekende, dat de inspecteur de aanslag correct had vastgesteld.