Afwaardering onzakelijke lening

Een aanmerkelijk belanghouder verstrekte een drietal leningen aan zijn BV. Deze leningen vielen onder de zogenaamde terbeschikkingstellingsregeling. Vanwege de financiƫle situatie van de BV hadden deze leningen eind 2004 geen waarde meer. De vraag was of de waardevermindering van de leningen ten laste van het inkomen over 2004 gebracht kon worden. Bepalend daarvoor was de zakelijkheid van de leningen. Gelet op de voorwaarden waaronder de leningen werden verstrekt was geen sprake van een zakelijke lening, aldus Hof Amsterdam.

 

Bij de eerste en de derde lening was de bedongen rente gelijk aan de rente die de aanmerkelijk belanghouder zelf moest betalen bij de partij van wie hij het benodigde geld had geleend. Voor de dekking van het als debiteur gelopen risico was dus geen enkele marge. De BV had geen enkele vorm van zekerheid gegeven voor de aflossing of de rentebetaling. Bij de tweede lening was sprake van een aantoonbaar, voorzienbaar en voortdurend nadeel. De rente die aan de bank betaald moest worden was bijna 2% hoger dan de rente die de BV betaalde. De aanmerkelijk belanghouder had de bank hypothecaire zekerheid verleend, terwijl hij van de BV geen enkele vorm van zekerheid had bedongen of gekregen.

Het hof was van oordeel dat de aanmerkelijk belanghouder het volle debiteurenrisico heeft geaccepteerd om het belang van de BV in zijn hoedanigheid van aandeelhouder te dienen.

Omdat de leningen niet zakelijk waren kwam de afwaardering daarvan niet ten laste van het belastbaar inkomen.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt" >Een aanmerkelijk belanghouder verstrekte een drietal leningen aan zijn BV. Deze leningen vielen onder de zogenaamde terbeschikkingstellingsregeling. Vanwege de financiƫle situatie van de BV hadden deze leningen eind 2004 geen waarde meer. De vraag was of de waardevermindering van de leningen ten laste van het inkomen over 2004 gebracht kon worden. Bepalend daarvoor was de zakelijkheid van de leningen. Gelet op de voorwaarden waaronder de leningen werden verstrekt was geen sprake van een zakelijke lening, aldus Hof Amsterdam. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt" ><?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p>&nbsp;</o:p></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt" >Bij de eerste en de derde lening was de bedongen rente gelijk aan de rente die de aanmerkelijk belanghouder zelf moest betalen bij de partij van wie hij het benodigde geld had geleend. Voor de dekking van het als debiteur gelopen risico was dus geen enkele marge. De BV had geen enkele vorm van zekerheid gegeven voor de aflossing of de rentebetaling. Bij de tweede lening was sprake van een aantoonbaar, voorzienbaar en voortdurend nadeel. De rente die aan de bank betaald moest worden was bijna 2% hoger dan de rente die de BV betaalde. De aanmerkelijk belanghouder had de bank hypothecaire zekerheid verleend, terwijl hij van de BV geen enkele vorm van zekerheid had bedongen of gekregen.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt" >Het hof was van oordeel dat de aanmerkelijk belanghouder het volle debiteurenrisico heeft geaccepteerd om het belang van de BV in zijn hoedanigheid van aandeelhouder te dienen. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt" >Omdat de leningen niet zakelijk waren kwam de afwaardering daarvan niet ten laste van het belastbaar inkomen.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u