Afwaardering earn-outvordering

Een houdstermaatschappij verkocht in 1998 een belang van 35% in een dochtermaatschappij aan een derde. De koper bleef een deel van de koopsom schuldig in de vorm van een achtergestelde lening. De houdstermaatschappij bedong bij de verkoop onder bepaalde voorwaarden een recht op een aandeel in toekomstige resultaten van de verkochte dochtermaatschappij. De houdstermaatschappij voerde voor de contante waarde van deze mogelijk te ontvangen aanvullingen op de koopprijs een vordering op. Deze vordering werd in de aangifte vennootschapsbelasting onder de deelnemingsvrijstelling verantwoord. De houdstermaatschappij ontving geen aanvullende betalingen. De houdstermaatschappij waardeerde de vordering in haar aangifte vennootschapsbelasting over 2001 af tot nihil. De inspecteur accepteerde de afwaardering niet. Zowel de rechtbank Breda als Hof Den Bosch was van oordeel dat deze regeling een zogenaamde "earn-outregeling" was. Volgens een arrest van Hoge Raad uit 1993 mogen de resultaten van de uit die regeling voortvloeiende vordering in mindering op het resultaat worden gebracht. Niet aannemelijk was dat de contante waarde van de vordering ten tijde van de verkooptransactie lager lag dan de nominale waarde. Afboeking van de volledige waarde was daarom toegestaan.
Een houdstermaatschappij verkocht in 1998 een belang van 35% in een dochtermaatschappij aan een derde. De koper bleef een deel van de koopsom schuldig in de vorm van een achtergestelde lening. De houdstermaatschappij bedong bij de verkoop onder bepaalde voorwaarden een recht op een aandeel in toekomstige resultaten van de verkochte dochtermaatschappij. De houdstermaatschappij voerde voor de contante waarde van deze mogelijk te ontvangen aanvullingen op de koopprijs een vordering op. Deze vordering werd in de aangifte vennootschapsbelasting onder de deelnemingsvrijstelling verantwoord.
De houdstermaatschappij ontving geen aanvullende betalingen. De houdstermaatschappij waardeerde de vordering in haar aangifte vennootschapsbelasting over 2001 af tot nihil. De inspecteur accepteerde de afwaardering niet.
Zowel de rechtbank Breda als Hof Den Bosch was van oordeel dat deze regeling een zogenaamde "earn-outregeling" was. Volgens een arrest van Hoge Raad uit 1993 mogen de resultaten van de uit die regeling voortvloeiende vordering in mindering op het resultaat worden gebracht. Niet aannemelijk was dat de contante waarde van de vordering ten tijde van de verkooptransactie lager lag dan de nominale waarde. Afboeking van de volledige waarde was daarom toegestaan.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u