Aftrek ziektekosten door toepassing vertrouwensbeginsel niet in jaar van betaling

Medische kosten zijn aftrekbaar wanneer zij hoger zijn dan een inkomensafhankelijke drempel. De kosten zijn aftrekbaar in het jaar betaling. Voor het aanbrengen van gebitsimplantaten in 2003 door een tandarts moest iemand € 20.436 betalen. Een deel daarvan betaalde hij in 2003; het restant ad € 16.997 betaalde hij in 2004. Hij verwerkte echter het totale bedrag in zijn aangifte inkomstenbelasting 2003. De belastingdienst weigerde de aftrek toe te staan voor het deel dat in 2004 betaald was. De betaling in 2003 overschreed de drempel niet, zodat er geen recht op aftrek bestond in dat jaar. De rechtbank Haarlem stond de aftrek in 2003 van het gehele bedrag toe. Dat was weliswaar in afwijking van de tekst van de wet, maar was gebaseerd op uitlatingen van de belastingdienst. Die hadden bij de belastingplichtige het vertrouwen opgewekt dat niet het moment van betaling maar de dagtekening van de nota’s bepalend was voor het recht op aftrek. De belastingdienst had volgens partijen geen toezegging gedaan maar een -onjuiste- inlichting gegeven. Daaraan is de belastingdienst alleen gebonden wanneer de belastingplichtige de onjuistheid niet hoefde te beseffen en hij schade heeft geleden door af te gaan op de onjuiste mededeling. De rechtbank vond aannemelijk dat een fiscale leek de onjuistheid van de mededeling niet zou hebben onderkend. Als gevolg van de onjuiste mededeling had de belastingplichtige niet het gehele bedrag in 2003 betaald. De geleden schade bestond uit het twee keer moeten toepassen van de aftrekdrempel voor buitengewone uitgaven en uit het lagere tarief in 2004 als gevolg van een terugval in het inkomen. Volgens de rechtbank had de belastingplichtige inderdaad schade geleden, die niet voor zijn rekening hoorde te komen.
Medische kosten zijn aftrekbaar wanneer zij hoger zijn dan een inkomensafhankelijke drempel. De kosten zijn aftrekbaar in het jaar betaling. Voor het aanbrengen van gebitsimplantaten in 2003 door een tandarts moest iemand € 20.436 betalen. Een deel daarvan betaalde hij in 2003; het restant ad € 16.997 betaalde hij in 2004. Hij verwerkte echter het totale bedrag in zijn aangifte inkomstenbelasting 2003. De belastingdienst weigerde de aftrek toe te staan voor het deel dat in 2004 betaald was. De betaling in 2003 overschreed de drempel niet, zodat er geen recht op aftrek bestond in dat jaar. De rechtbank Haarlem stond de aftrek in 2003 van het gehele bedrag toe. Dat was weliswaar in afwijking van de tekst van de wet, maar was gebaseerd op uitlatingen van de belastingdienst. Die hadden bij de belastingplichtige het vertrouwen opgewekt dat niet het moment van betaling maar de dagtekening van de nota’s bepalend was voor het recht op aftrek. De belastingdienst had volgens partijen geen toezegging gedaan maar een -onjuiste- inlichting gegeven. Daaraan is de belastingdienst alleen gebonden wanneer de belastingplichtige de onjuistheid niet hoefde te beseffen en hij schade heeft geleden door af te gaan op de onjuiste mededeling. De rechtbank vond aannemelijk dat een fiscale leek de onjuistheid van de mededeling niet zou hebben onderkend. Als gevolg van de onjuiste mededeling had de belastingplichtige niet het gehele bedrag in 2003 betaald. De geleden schade bestond uit het twee keer moeten toepassen van de aftrekdrempel voor buitengewone uitgaven en uit het lagere tarief in 2004 als gevolg van een terugval in het inkomen. Volgens de rechtbank had de belastingplichtige inderdaad schade geleden, die niet voor zijn rekening hoorde te komen.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u