Aftrek rente bij aangaan lening na aanvang verbouwing
In een aantal arresten van 22 oktober 2004 heeft de Hoge Raad een beslissing gegeven over de aftrek van hypotheekrente in de situatie waarin iemand geld leent voor de verbouwing van zijn eigen woning, maar het geleende geld niet onmiddellijk daaraan besteedt. Naar aanleiding van die arresten heeft de staatssecretaris van Financiƫn in een besluit uit 2004 goedgekeurd dat, als de lening is aangegaan voor de verbouwing of het onderhoud van de eigen woning, gedurende zes maanden na het afsluiten daarvan de rente en kosten volledig in aftrek komen, ongeacht of en in hoeverre het geleende geld is besteed. Voor uitgaven tijdens deze zesmaandsperiode geldt wel dat zij met schriftelijke bewijsstukken moeten worden aangetoond. Als de verbouwing langer duurt dan 6 maanden is er alleen sprake van een eigenwoninglening nadat en voor zover er betalingen voor de verbouwing zijn gedaan. Wel blijft de renteaftrek over de eerste zes maanden in stand. Daarnaast keurt de staatssecretaris goed dat bij de vorming van een verbouwingsdepot de rente en kosten van de lening gedurende twee jaar aftrekbaar zijn in box 1. Op de aftrekbare rente komt de ontvangen depotrente in mindering. Deze regeling eindigt als blijkt dat het depot niet meer is bestemd voor de eigen woning of na twee jaar. Een eventueel restant van de lening gaat dan naar box 3. De goedkeuring geldt alleen voor leningen die zijn aangegaan in verband met een verbouwing.In een nieuw besluit heeft de staatssecretaris deze regeling aangevuld. Wanneer de lening is aangegaan binnen zes maanden na de aanvang van de verbouwing wordt voor de in die periode gedane verbouwingskosten geacht te zijn voldaan aan het oogmerkvereiste. Ook voor deze verbouwingskosten geldt onverkort dat de betalingen met schriftelijke bewijsstukken moeten kunnen worden aangetoond.Daarnaast wordt opgemerkt dat de bijleenregeling ook van toepassing is op verbouwingsleningen. Indien een schuld ten onrechte als eigenwoningschuld is aangemerkt, herleeft de eigenwoningreserve.
In een aantal arresten van 22 oktober 2004 heeft de Hoge Raad een beslissing gegeven over de aftrek van hypotheekrente in de situatie waarin iemand geld leent voor de verbouwing van zijn eigen woning, maar het geleende geld niet onmiddellijk daaraan besteedt. Naar aanleiding van die arresten heeft de staatssecretaris van Financiƫn in een besluit uit 2004 goedgekeurd dat, als de lening is aangegaan voor de verbouwing of het onderhoud van de eigen woning, gedurende zes maanden na het afsluiten daarvan de rente en kosten volledig in aftrek komen, ongeacht of en in hoeverre het geleende geld is besteed. Voor uitgaven tijdens deze zesmaandsperiode geldt wel dat zij met schriftelijke bewijsstukken moeten worden aangetoond. Als de verbouwing langer duurt dan 6 maanden is er alleen sprake van een eigenwoninglening nadat en voor zover er betalingen voor de verbouwing zijn gedaan. Wel blijft de renteaftrek over de eerste zes maanden in stand. Daarnaast keurt de staatssecretaris goed dat bij de vorming van een verbouwingsdepot de rente en kosten van de lening gedurende twee jaar aftrekbaar zijn in box 1. Op de aftrekbare rente komt de ontvangen depotrente in mindering. Deze regeling eindigt als blijkt dat het depot niet meer is bestemd voor de eigen woning of na twee jaar. Een eventueel restant van de lening gaat dan naar box 3. De goedkeuring geldt alleen voor leningen die zijn aangegaan in verband met een verbouwing.In een nieuw besluit heeft de staatssecretaris deze regeling aangevuld. Wanneer de lening is aangegaan binnen zes maanden na de aanvang van de verbouwing wordt voor de in die periode gedane verbouwingskosten geacht te zijn voldaan aan het oogmerkvereiste. Ook voor deze verbouwingskosten geldt onverkort dat de betalingen met schriftelijke bewijsstukken moeten kunnen worden aangetoond.Daarnaast wordt opgemerkt dat de bijleenregeling ook van toepassing is op verbouwingsleningen. Indien een schuld ten onrechte als eigenwoningschuld is aangemerkt, herleeft de eigenwoningreserve.