Aftrek kosten levensonderhoud voor studerende dochter zonder basisbeurs
Volgens de Hoge Raad sluit de mogelijkheid die een studerend kind heeft om geld te lenen voor de financiering van de studie de aftrek van uitgaven voor levensonderhoud van kinderen bij de ouders niet uit. Hof Den Bosch stond aftrek toe aan een vader die in het jaar 2000 aan zijn studerende dochter een bedrag van ƒ 9.140 betaalde. Zijn dochter had in dat jaar een eigen inkomen van ƒ 6.150. Zij had geen recht op een basisbeurs, maar wel op studiefinanciering in de vorm van een rentedragende lening. Van dit recht maakte zij geen gebruik. De vader claimde aftrek van de kosten van levensonderhoud voor de ondersteuning van zijn dochter. De inspecteur weigerde die aftrek. Het Hof was van oordeel dat een kind dat geen studiebeurs geniet volgens de wetsgeschiedenis moet worden aangemerkt als een kind dat geen recht heeft op studiefinanciering. De vader had geen recht op kinderbijslag voor zijn dochter. Volgens de Hoge Raad en het Hof verhinderde de mogelijkheid dat de dochter een lening had kunnen afsluiten niet dat de lasten op haar vader drukten. Dat betekende, dat de vader recht had op aftrek van kosten van levensonderhoud voor zijn dochter.
Volgens de Hoge Raad sluit de mogelijkheid die een studerend kind heeft om geld te lenen voor de financiering van de studie de aftrek van uitgaven voor levensonderhoud van kinderen bij de ouders niet uit. Hof Den Bosch stond aftrek toe aan een vader die in het jaar 2000 aan zijn studerende dochter een bedrag van ƒ 9.140 betaalde. Zijn dochter had in dat jaar een eigen inkomen van ƒ 6.150. Zij had geen recht op een basisbeurs, maar wel op studiefinanciering in de vorm van een rentedragende lening. Van dit recht maakte zij geen gebruik. De vader claimde aftrek van de kosten van levensonderhoud voor de ondersteuning van zijn dochter. De inspecteur weigerde die aftrek. Het Hof was van oordeel dat een kind dat geen studiebeurs geniet volgens de wetsgeschiedenis moet worden aangemerkt als een kind dat geen recht heeft op studiefinanciering. De vader had geen recht op kinderbijslag voor zijn dochter. Volgens de Hoge Raad en het Hof verhinderde de mogelijkheid dat de dochter een lening had kunnen afsluiten niet dat de lasten op haar vader drukten. Dat betekende, dat de vader recht had op aftrek van kosten van levensonderhoud voor zijn dochter.