Afschrijving vastgoed in privésfeer

De Hoge Raad heeft een arrest gewezen over de afschrijving op participaties in vastgoedmaatschappen die beleggen in verhuurde kantoorpanden. In geschil was of afschrijving mogelijk was en vervolgens hoe de afschrijving bepaald moest worden. Voor deze laatste vraag speelden meerdere factoren een rol, zoals de bepaling van de restwaarde van grond en opstal en de mogelijke invloed op de restwaarde van inflatie en andere omstandigheden die de waardeontwikkeling beïnvloeden. Verder was de vraag of progressief moet worden afgeschreven en of de afschrijving bepaald moet worden op basis van de verwachte bezitsduur van de betreffende participatie of met de gebruiksduur van het object. In de voorafgaande procedure omschreef Hof Amsterdam de afschrijving op verhuurde onroerende zaken die tot het privévermogen behoren als de verdeling van de historische kostprijs over de jaren waarin de onroerende zaken voor de belanghebbende een bron van inkomen vormen. De grondwaarde moet uit de historische kostprijs worden geëlimineerd omdat de grondwaarde als regel niet vermindert door gebruik of slijtage. Het Hof omschreef de te verwachten restwaarde als het deel van de historische kostprijs dat aan het einde van de verwachte gebruiksduur naar objectieve verwachting nog in de waarde van de opstal aanwezig zal zijn. Daarbij worden inflatie en andere omstandigheden die de waardeontwikkeling kunnen beïnvloeden buiten beschouwing gelaten. Onder de Wet IB 1964 bleven winsten op privévermogen onbelast. Afschrijving gebeurt in jaarlijks gelijke delen, tenzij het gebruiksnut van de opstal onevenredig verloopt. Op basis hiervan maakt het voor de afschrijving niet uit of de jaarlijkse afschrijving wordt berekend over de subjectief bepaalde, verwachte bezitsduur of over de objectief bepaalde gebruiksduur van de opstal. Volgens de Hoge Raad mocht een particuliere belegger afschrijven zoals door het Hof omschreven, dat wil zeggen het verschil tussen de historische kostprijs van de opstal en de zonder indexatie bepaalde restwaarde gedeeld door de gebruiksduur.
De Hoge Raad heeft een arrest gewezen over de afschrijving op participaties in vastgoedmaatschappen die beleggen in verhuurde kantoorpanden. In geschil was of afschrijving mogelijk was en vervolgens hoe de afschrijving bepaald moest worden. Voor deze laatste vraag speelden meerdere factoren een rol, zoals de bepaling van de restwaarde van grond en opstal en de mogelijke invloed op de restwaarde van inflatie en andere omstandigheden die de waardeontwikkeling beïnvloeden. Verder was de vraag of progressief moet worden afgeschreven en of de afschrijving bepaald moet worden op basis van de verwachte bezitsduur van de betreffende participatie of met de gebruiksduur van het object.
In de voorafgaande procedure omschreef Hof Amsterdam de afschrijving op verhuurde onroerende zaken die tot het privévermogen behoren als de verdeling van de historische kostprijs over de jaren waarin de onroerende zaken voor de belanghebbende een bron van inkomen vormen. De grondwaarde moet uit de historische kostprijs worden geëlimineerd omdat de grondwaarde als regel niet vermindert door gebruik of slijtage.
Het Hof omschreef de te verwachten restwaarde als het deel van de historische kostprijs dat aan het einde van de verwachte gebruiksduur naar objectieve verwachting nog in de waarde van de opstal aanwezig zal zijn. Daarbij worden inflatie en andere omstandigheden die de waardeontwikkeling kunnen beïnvloeden buiten beschouwing gelaten. Onder de Wet IB 1964 bleven winsten op privévermogen onbelast.
Afschrijving gebeurt in jaarlijks gelijke delen, tenzij het gebruiksnut van de opstal onevenredig verloopt. Op basis hiervan maakt het voor de afschrijving niet uit of de jaarlijkse afschrijving wordt berekend over de subjectief bepaalde, verwachte bezitsduur of over de objectief bepaalde gebruiksduur van de opstal.
Volgens de Hoge Raad mocht een particuliere belegger afschrijven zoals door het Hof omschreven, dat wil zeggen het verschil tussen de historische kostprijs van de opstal en de zonder indexatie bepaalde restwaarde gedeeld door de gebruiksduur.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u