Afschrijving pand, waarbij geen rekening was gehouden met restwaarde, gecorrigeerd
Een BV berekende de afschrijving op haar bedrijfspand zonder rekening te houden met de restwaarde van het gebouw. De afschrijving werd gestel op 3 % van de bouwkosten. De boekwaarde van het bedrijfspand inclusief de grond bedroeg per 1 januari 2000 ƒ 263.539. De inspecteur corrigeerde de aangegeven winst over 2000 met het bedrag van de afschrijvingen. Volgens zijn berekening zou de restwaarde van pand met grond aan het einde van de gebruiksduur ƒ 295.160 bedragen. Dat hield in dat niet meer kon worden afgeschreven. In de procedure voor Hof Leeuwarden berekende de BV de jaarlijkse afschrijving op 3 % van het verschil tussen de bouwkosten en de veronderstelde restwaarde van het pand van 25 % van de bouwkosten. Uitgaande van deze berekening zou de boekwaarde van het pand met ondergrond per 1 januari 2000 ƒ 314.732 hebben bedragen en zou een aantal jaren niet kunnen worden afgeschreven. Het Hof volgde deze zienswijze en wees het beroep van de BV af.
Een BV berekende de afschrijving op haar bedrijfspand zonder rekening te houden met de restwaarde van het gebouw. De afschrijving werd gestel op 3 % van de bouwkosten. De boekwaarde van het bedrijfspand inclusief de grond bedroeg per 1 januari 2000 ƒ 263.539. De inspecteur corrigeerde de aangegeven winst over 2000 met het bedrag van de afschrijvingen. Volgens zijn berekening zou de restwaarde van pand met grond aan het einde van de gebruiksduur ƒ 295.160 bedragen. Dat hield in dat niet meer kon worden afgeschreven. In de procedure voor Hof Leeuwarden berekende de BV de jaarlijkse afschrijving op 3 % van het verschil tussen de bouwkosten en de veronderstelde restwaarde van het pand van 25 % van de bouwkosten. Uitgaande van deze berekening zou de boekwaarde van het pand met ondergrond per 1 januari 2000 ƒ 314.732 hebben bedragen en zou een aantal jaren niet kunnen worden afgeschreven. Het Hof volgde deze zienswijze en wees het beroep van de BV af.