Aflossingsschipper was zelfstandig; geen VAR-loon

Een binnenvaartschipper verrichtte op onregelmatige basis afloswerkzaamheden op binnenvaartschepen. Hij was vrij om te bepalen of hij een opdracht aanvaardde. De schipper bracht per gewerkte dag een bedrag van € 200 in rekening en een vergoeding voor zijn reiskosten. De uit te voeren opdracht hield in dat hij het betreffende schip van punt A naar punt B moest varen. De opdrachtgever was meestal niet aan boord. De schipper had daarbij de rol van gezagvoerder en eindverantwoordelijke. Aanvankelijk had de belastingdienst hem op zijn verzoek een verklaring arbeidsrelatie (VAR) afgegeven, waarbij de voordelen als resultaat uit overige werkzaamheden golden. Na een verzoek om verlenging merkte de belastingdienst in een VAR de voordelen aan als loon uit dienstbetrekking. Volgens Hof Den Haag ontbrak echter de voor het bestaan van een dienstbetrekking vereiste gezagsverhouding.De opdrachtgevers konden de schipper niet dwingen om een opdracht te aanvaarden. Binnen de gegeven opdracht om het desbetreffende schip van A naar B te varen had de schipper volledige vrijheid van handelen. Ten slotte kon de schipper slechts factureren indien en voorzover hij werkzaamheden had verricht. Daarbij liep hij een zekere mate van debiteurenrisico. Het Hof was van oordeel dat de beschikking moest worden omgezet in een VAR resultaat uit overige werkzaamheden.
Een binnenvaartschipper verrichtte op onregelmatige basis afloswerkzaamheden op binnenvaartschepen. Hij was vrij om te bepalen of hij een opdracht aanvaardde. De schipper bracht per gewerkte dag een bedrag van € 200 in rekening en een vergoeding voor zijn reiskosten. De uit te voeren opdracht hield in dat hij het betreffende schip van punt A naar punt B moest varen. De opdrachtgever was meestal niet aan boord. De schipper had daarbij de rol van gezagvoerder en eindverantwoordelijke. Aanvankelijk had de belastingdienst hem op zijn verzoek een verklaring arbeidsrelatie (VAR) afgegeven, waarbij de voordelen als resultaat uit overige werkzaamheden golden. Na een verzoek om verlenging merkte de belastingdienst in een VAR de voordelen aan als loon uit dienstbetrekking. Volgens Hof Den Haag ontbrak echter de voor het bestaan van een dienstbetrekking vereiste gezagsverhouding.De opdrachtgevers konden de schipper niet dwingen om een opdracht te aanvaarden. Binnen de gegeven opdracht om het desbetreffende schip van A naar B te varen had de schipper volledige vrijheid van handelen. Ten slotte kon de schipper slechts factureren indien en voorzover hij werkzaamheden had verricht. Daarbij liep hij een zekere mate van debiteurenrisico. Het Hof was van oordeel dat de beschikking moest worden omgezet in een VAR resultaat uit overige werkzaamheden.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u