Aansprakelijkstelling deels ongedaan gemaakt door verklaring betaalgedrag
Bedrijven die gebruik maken van personeel van een uitzendbureau kunnen aansprakelijk worden gesteld voor door het uitzendbureau niet betaalde loon- en omzetbelasting. Dat gebeurde met een bedrijf dat in 2000 en 2001 personeel inleende van een in 2003 failliet gegaan uitzendbureau. Het bedrijf had de facturen van het uitzendbureau betaald, maar het uitzendbureau had niet alle loon- en omzetbelasting betaald. De ontvanger van de Belastingdienst ondernemingen verstrekte medio 2001 een verklaring van goed betalingsgedrag aan het uitzendbureau, dat deze verklaring aan het bedrijf doorstuurde. De verklaring vermeldde dat het uitzendbureau alle tot dat moment verschuldigde belastingen en premies had betaald. Het uitzendbureau had echter in het geheel geen belasting en premies betaald op dat moment. De ontvanger had ten onrechte een verklaring van goed betalingsgedrag afgegeven. Er waren, ondanks de ingediende nihilaangiften, belasting- en premiebedragen voor het uitzendbureau op de depotrekening bij de ontvanger gestort, zodat de ontvanger had kunnen weten dat het uitzendbureau belasting en/of premies verschuldigd was. Het bedrijf mocht op de afgegeven verklaring vertrouwen. De aansprakelijkstelling voor premies en belastingen tot het moment van afgifte van de verklaring was in strijd met het vertrouwensbeginsel. De rechtbank verminderde het bedrag van de aansprakelijkstelling.
Bedrijven die gebruik maken van personeel van een uitzendbureau kunnen aansprakelijk worden gesteld voor door het uitzendbureau niet betaalde loon- en omzetbelasting. Dat gebeurde met een bedrijf dat in 2000 en 2001 personeel inleende van een in 2003 failliet gegaan uitzendbureau. Het bedrijf had de facturen van het uitzendbureau betaald, maar het uitzendbureau had niet alle loon- en omzetbelasting betaald. De ontvanger van de Belastingdienst ondernemingen verstrekte medio 2001 een verklaring van goed betalingsgedrag aan het uitzendbureau, dat deze verklaring aan het bedrijf doorstuurde. De verklaring vermeldde dat het uitzendbureau alle tot dat moment verschuldigde belastingen en premies had betaald. Het uitzendbureau had echter in het geheel geen belasting en premies betaald op dat moment. De ontvanger had ten onrechte een verklaring van goed betalingsgedrag afgegeven. Er waren, ondanks de ingediende nihilaangiften, belasting- en premiebedragen voor het uitzendbureau op de depotrekening bij de ontvanger gestort, zodat de ontvanger had kunnen weten dat het uitzendbureau belasting en/of premies verschuldigd was. Het bedrijf mocht op de afgegeven verklaring vertrouwen. De aansprakelijkstelling voor premies en belastingen tot het moment van afgifte van de verklaring was in strijd met het vertrouwensbeginsel. De rechtbank verminderde het bedrag van de aansprakelijkstelling.