Aansprakelijkheid belastingschuld ontbonden BV

Een BV houdt op te bestaan wanneer na een besluit tot ontbinding van de algemene vergadering van aandeelhouders de vereffening van het vermogen van de BV is beƫindigd. De vereffening kan onder omstandigheden worden heropend.

De Belastingdienst legde in 1997 een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting op aan een BV die op dat moment al was ontbonden. Namens de BV werden rechtsmiddelen ingesteld tegen de navorderingsaanslag. Door een arrest van de Hoge Raad uit 2007 kwam de navorderingsaanslag onherroepelijk vast te staan. De ontvanger stelde de voormalige bestuurder en enig aandeelhouder van de BV aansprakelijk voor de navorderingsaanslag en de in verband daarmee verschuldigde heffings- en invorderingsrente. De ontvanger deed echter voorafgaande aan de aansprakelijkstelling geen verzoek om heropening van de vereffening van de BV.

Hof Arnhem oordeelde dat de BV niet in gebreke was met de betaling van haar belastingschuld en dat aansprakelijkstelling van de voormalige bestuurder en enig aandeelhouder daarom niet mogelijk was. Omdat de BV niet meer bestond toen de navorderingsaanslag werd opgelegd en geen heropening van de vereffening van de BV is gevraagd, kan volgens de Hoge Raad niet worden aangenomen dat de BV in gebreke was met de betaling van haar belastingschuld. Aan de wettelijke vereisten voor aansprakelijkstelling was niet voldaan. De Hoge Raad zag geen aanleiding voor een uitzondering op dit vereiste, zoals de Hoge Raad dat wel heeft gedaan in twee arresten van 18 december 2009. In dit geval stond niet vast dat de BV na eventuele herleving de aanslag niet zou betalen.

<P>Een BV houdt op te bestaan wanneer na een besluit tot ontbinding van de algemene vergadering van aandeelhouders de vereffening van het vermogen van de BV is beƫindigd. De vereffening kan onder omstandigheden worden heropend. </P>
<P>De Belastingdienst legde in 1997 een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting op aan een BV die op dat moment al was ontbonden. Namens de BV werden rechtsmiddelen ingesteld tegen de navorderingsaanslag. Door een arrest van de Hoge Raad uit 2007 kwam de navorderingsaanslag onherroepelijk vast te staan. De ontvanger stelde de voormalige bestuurder en enig aandeelhouder van de BV aansprakelijk voor de navorderingsaanslag en de in verband daarmee verschuldigde heffings- en invorderingsrente. De ontvanger deed echter voorafgaande aan de aansprakelijkstelling geen verzoek om heropening van de vereffening van de BV.</P>
<P>Hof Arnhem oordeelde dat de BV niet in gebreke was met de betaling van haar belastingschuld en dat aansprakelijkstelling van de voormalige bestuurder en enig aandeelhouder daarom niet mogelijk was. Omdat de BV niet meer bestond toen de navorderingsaanslag werd opgelegd en geen heropening van de vereffening van de BV is gevraagd, kan volgens de Hoge Raad niet worden aangenomen dat de BV in gebreke was met de betaling van haar belastingschuld. Aan de wettelijke vereisten voor aansprakelijkstelling was niet voldaan. De Hoge Raad zag geen aanleiding voor een uitzondering op dit vereiste, zoals de Hoge Raad dat wel heeft gedaan in twee arresten van 18 december 2009. In dit geval stond niet vast dat de BV na eventuele herleving de aanslag niet zou betalen.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u