Aansprakelijk gesteld onderdeel fiscale eenheid mag bezwaar maken tegen aanslag
De onderdelen van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de door de fiscale eenheid verschuldigde belasting. De ontvanger van de belastingdienst stelde een van de onderdelen van een fiscale eenheid aansprakelijk voor een aantal aan de fiscale eenheid opgelegde naheffingsaanslagen. Volgens de ontvanger kon bij de aansprakelijkstelling geen bezwaar meer tegen de naheffingsaanslagen worden gemaakt omdat deze onherroepelijk vaststonden. De fiscale eenheid had tegen de uitspraak op bezwaar geen beroep ingesteld. Daarmee had de belanghebbende als onderdeel van de fiscale eenheid volgens de ontvanger in de aanslagen berust. De rechtbank deelde deze opvatting van de ontvanger niet. De Invorderingswet geeft namelijk aan elke aansprakelijk gestelde het recht om de aanslag te betwisten in de procedure over de aansprakelijkstelling mits er nog geen onherroepelijke rechterlijke uitspraak over de desbetreffende aanslag is gedaan. In deze casus had de rechter geen onherroepelijke uitspraak gedaan. Dat betekende dat de ontvanger inhoudelijk had moeten ingaan op de bezwaren van de belanghebbende tegen de naheffingsaanslagen. De rechtbank droeg de ontvanger op om binnen twee maanden opnieuw uitspraak op bezwaar te doen en om de belanghebbende voordien in de gelegenheid te stellen om op het bezwaar te worden gehoord.
De onderdelen van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de door de fiscale eenheid verschuldigde belasting. De ontvanger van de belastingdienst stelde een van de onderdelen van een fiscale eenheid aansprakelijk voor een aantal aan de fiscale eenheid opgelegde naheffingsaanslagen. Volgens de ontvanger kon bij de aansprakelijkstelling geen bezwaar meer tegen de naheffingsaanslagen worden gemaakt omdat deze onherroepelijk vaststonden. De fiscale eenheid had tegen de uitspraak op bezwaar geen beroep ingesteld. Daarmee had de belanghebbende als onderdeel van de fiscale eenheid volgens de ontvanger in de aanslagen berust. De rechtbank deelde deze opvatting van de ontvanger niet. De Invorderingswet geeft namelijk aan elke aansprakelijk gestelde het recht om de aanslag te betwisten in de procedure over de aansprakelijkstelling mits er nog geen onherroepelijke rechterlijke uitspraak over de desbetreffende aanslag is gedaan. In deze casus had de rechter geen onherroepelijke uitspraak gedaan. Dat betekende dat de ontvanger inhoudelijk had moeten ingaan op de bezwaren van de belanghebbende tegen de naheffingsaanslagen. De rechtbank droeg de ontvanger op om binnen twee maanden opnieuw uitspraak op bezwaar te doen en om de belanghebbende voordien in de gelegenheid te stellen om op het bezwaar te worden gehoord.