Aansluitende werkzaamheden voor nieuwe BV onder 30%-regeling
Een in het buitenland geworven deskundige had voor de periode van 1 mei 2000 tot en met 30 april 2010 recht op toepassing van de 35%-regeling. De 35%-regling is per 1 januari 2001 vervangen door de 30%-regeling. Op 31 december 2000 werd het dienstverband van de deskundige beƫindigd, waarna hij met een aantal anderen een BV oprichtte. Vanaf 1 januari 2001 werkte de deskundige voor de BV in oprichting. Vanaf de oprichting van de BV op 1 mei 2001 was de deskundige in dienstbetrekking bij de BV werkzaam. Volgens Hof Amsterdam was de 30%-regeling ook van toepassing op de nieuwe dienstbetrekking. De inspecteur had voortzetting van de regeling geweigerd omdat er een periode van meer dan drie maanden tussen de oude en de nieuwe dienstbetrekking lag. In dat geval is de regeling niet langer van toepassing, aangezien de deskundigheid kennelijk niet zo schaars is dat de betreffende werknemer direct weer werk heeft. De Hoge Raad heeft in cassatie de uitspraak van het Hof bevestigd. Volgens de Hoge Raad is het moment waarop de werkzaamheden voor de op te richten BV aanvangen bepalend voor de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst en niet het moment van oprichting van de BV.
Een in het buitenland geworven deskundige had voor de periode van 1 mei 2000 tot en met 30 april 2010 recht op toepassing van de 35%-regeling. De 35%-regling is per 1 januari 2001 vervangen door de 30%-regeling. Op 31 december 2000 werd het dienstverband van de deskundige beƫindigd, waarna hij met een aantal anderen een BV oprichtte. Vanaf 1 januari 2001 werkte de deskundige voor de BV in oprichting. Vanaf de oprichting van de BV op 1 mei 2001 was de deskundige in dienstbetrekking bij de BV werkzaam. Volgens Hof Amsterdam was de 30%-regeling ook van toepassing op de nieuwe dienstbetrekking. De inspecteur had voortzetting van de regeling geweigerd omdat er een periode van meer dan drie maanden tussen de oude en de nieuwe dienstbetrekking lag. In dat geval is de regeling niet langer van toepassing, aangezien de deskundigheid kennelijk niet zo schaars is dat de betreffende werknemer direct weer werk heeft. De Hoge Raad heeft in cassatie de uitspraak van het Hof bevestigd. Volgens de Hoge Raad is het moment waarop de werkzaamheden voor de op te richten BV aanvangen bepalend voor de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst en niet het moment van oprichting van de BV.