
Bij de levering van onroerende zaken is in beginsel overdrachtsbelasting verschuldigd. Om te voorkomen dat overdrachtsbelasting wordt ontgaan door het tussenschuiven van een vennootschap, is ook overdrachtsbelasting verschuldigd bij de overdracht van aandelen in bepaalde rechtspersonen waarin onroerende zaken zijn ondergebracht. Het bezit van de rechtspersoon moet voor 70% of meer bestaan uit in Nederland gelegen onroerende zaken om als een zogenaamd onroerende zaaklichaam te worden aangemerkt.
Door verwatering van het bezit wordt geprobeerd om de overdrachtbelasting te ontwijken. Het Belastingplan 2011 bevat een aantal maatregelen om belastingontwijking te voorkomen.
1. De bezitseis wordt verlaagd van 70% naar 50%. Wanneer de bezittingen van een rechtspersoon voor meer dan de helft bestaan uit onroerende zaken is de rechtspersoon voortaan een onroerende zaaklichaam.
2. Kunstmatig gecreëerde bezittingen tellen niet mee voor de toepassing van de bezitseis. Kunstmatig gecreëerde bezittingen zijn bezittingen die niet uit de normale bedrijfsuitoefening van de rechtspersoon voortvloeien.
3. Onroerende zaken buiten Nederland tellen voortaan mee voor de bezitseis. Tot nu toe telden alleen onroerende zaken binnen Nederland mee.
4. Het zogenaamde toerekeningsvoorschrift, waardoor de bezittingen en schulden van een rechtspersoon worden toegerekend aan de aandeelhouder/rechtspersoon die een belang heeft van een derde of meer, wordt uitgebreid.
6. Ook de verkrijging van rechten uit bestaande aandelen wordt expliciet onder de heffing van overdrachtsbelasting gebracht. Naast de verkrijging van aandelen die een belang in een onroerende zaaklichaam vormen, wordt ook de verkrijging van een belang door een wijziging van aandeelhoudersrechten in bestaande aandelen onder voorwaarden aangemerkt als een belastbaar feit voor de overdrachtsbelasting.