Aanpassing besluit salderen accijns
De staatssecretaris van Financiën heeft een besluit uit 2002 over het salderen van zogenaamde meer- en minderbevindingen in een accijnsgoederenplaats aangepast. Als de in een accijnsgoederenplaats aanwezige voorraad accijnsgoederen kleiner is dan de administratieve voorraad worden de ontbrekende accijnsgoederen aangemerkt als te zijn uitgeslagen en moet daarover accijns worden betaald. Als de aanwezige voorraad accijnsgoederen groter is dan de administratieve is sprake van een meerbevinding (overschot). Soms worden producten bij vergissing omgewisseld. Er ontstaat dan een vermis (tekort) bij het ene artikel en een overschot bij het andere artikel. Onder voorwaarden mogen de tekorten met de overschotten worden gesaldeerd. Op grond van een arrest van de Hoge Raad is saldering slechts mogelijk als er een deugdelijke administratie wordt gevoerd en de saldering plaatsvindt tussen accijnsgoederen met hetzelfde accijnstarief. De voorwaarden voor een deugdelijke administratie zijn beschreven in het Uitvoeringsbesluit accijns. De Hoge Raad heeft geen uitspraak gedaan over de periode waarover de saldering mag worden toegepast. In de praktijk worden meer- en minderbevindingen vastgesteld bij inventarisatie van de voorraad. Saldering moet direct na de inventarisaties plaatsvinden, ongeacht het aantal inventarisaties. Bedrijven die hun voorraad in gedeelten inventariseren moeten direct na die gedeeltelijke inventarisatie salderen. Het is niet toegestaan om meer- en minderbevindingen op een aparte lijst op te nemen na elke partiële inventarisatie en daarna eenmaal per jaar alle meer- en minderbevindingen te salderen. Een na inventarisatie en saldering resterend vermis moet worden opgenomen in de eerstvolgende periodieke aangifte.
De staatssecretaris van Financiën heeft een besluit uit 2002 over het salderen van zogenaamde meer- en minderbevindingen in een accijnsgoederenplaats aangepast. Als de in een accijnsgoederenplaats aanwezige voorraad accijnsgoederen kleiner is dan de administratieve voorraad worden de ontbrekende accijnsgoederen aangemerkt als te zijn uitgeslagen en moet daarover accijns worden betaald. Als de aanwezige voorraad accijnsgoederen groter is dan de administratieve is sprake van een meerbevinding (overschot). Soms worden producten bij vergissing omgewisseld. Er ontstaat dan een vermis (tekort) bij het ene artikel en een overschot bij het andere artikel. Onder voorwaarden mogen de tekorten met de overschotten worden gesaldeerd. Op grond van een arrest van de Hoge Raad is saldering slechts mogelijk als er een deugdelijke administratie wordt gevoerd en de saldering plaatsvindt tussen accijnsgoederen met hetzelfde accijnstarief. De voorwaarden voor een deugdelijke administratie zijn beschreven in het Uitvoeringsbesluit accijns. De Hoge Raad heeft geen uitspraak gedaan over de periode waarover de saldering mag worden toegepast. In de praktijk worden meer- en minderbevindingen vastgesteld bij inventarisatie van de voorraad. Saldering moet direct na de inventarisaties plaatsvinden, ongeacht het aantal inventarisaties. Bedrijven die hun voorraad in gedeelten inventariseren moeten direct na die gedeeltelijke inventarisatie salderen. Het is niet toegestaan om meer- en minderbevindingen op een aparte lijst op te nemen na elke partiële inventarisatie en daarna eenmaal per jaar alle meer- en minderbevindingen te salderen. Een na inventarisatie en saldering resterend vermis moet worden opgenomen in de eerstvolgende periodieke aangifte.