Aanmelding voor energie-investeringsaftrek te laat gedaan
Een vennootschap onder firma (VOF) investeerde in 1998 in de nieuwbouw van een stal, die in 1999 in gebruik werd genomen. De VOF verzocht om een verklaring energie-investeringsaftrek (EIA). Het betreffende formulier vermeldde als datum van ondertekening 26 maart 1999. Het Bureau EIA ontving het formulier pas op 6 mei 1999. Dat betekende dat de melding te laat was gedaan omdat die uiterlijk 31 maart 1999 gedaan had moeten zijn. Er werd geen verklaring afgegeven, waardoor de VOF geen recht had op EIA. De melding van de VOF zou op 29 maart 1999 per post zijn verzonden. Volgens de VOF was de melding daarmee tijdig gedaan omdat het tijdstip van verzending bepalend zou zijn. Voor de tijdigheid van de indiening van een geschrift geldt echter als hoofdregel dat het tijdstip van ontvangst door het bevoegde orgaan beslissend is. Uitzonderingen op die regel zijn mogelijk maar moeten kenbaar zijn uit de tekst van de betreffende wetsbepaling. Hof Arnhem verklaarde het beroep tegen de weigering van de energie-investeringsaftrek ongegrond.
Een vennootschap onder firma (VOF) investeerde in 1998 in de nieuwbouw van een stal, die in 1999 in gebruik werd genomen. De VOF verzocht om een verklaring energie-investeringsaftrek (EIA). Het betreffende formulier vermeldde als datum van ondertekening 26 maart 1999. Het Bureau EIA ontving het formulier pas op 6 mei 1999. Dat betekende dat de melding te laat was gedaan omdat die uiterlijk 31 maart 1999 gedaan had moeten zijn. Er werd geen verklaring afgegeven, waardoor de VOF geen recht had op EIA. De melding van de VOF zou op 29 maart 1999 per post zijn verzonden. Volgens de VOF was de melding daarmee tijdig gedaan omdat het tijdstip van verzending bepalend zou zijn. Voor de tijdigheid van de indiening van een geschrift geldt echter als hoofdregel dat het tijdstip van ontvangst door het bevoegde orgaan beslissend is. Uitzonderingen op die regel zijn mogelijk maar moeten kenbaar zijn uit de tekst van de betreffende wetsbepaling. Hof Arnhem verklaarde het beroep tegen de weigering van de energie-investeringsaftrek ongegrond.