Aangifte kan verzoek fiscale eenheid zijn
Een verzoek om een dochtermaatschappij vanaf haar oprichting in een fiscale eenheid op te nemen kan worden gedaan bij de aangifte vennootschapsbelasting van de moedervennootschap. De Hoge Raad heeft dat uitgesproken in een arrest waarin een uitspraak van Hof Arnhem is bevestigd. Volgens het Hof mag de belastingdienst wel voorschrijven dat bij een dergelijk verzoek gebruik gemaakt wordt van een bepaald formulier. Wanneer van dat formulier geen gebruik wordt gemaakt mag de belastingdienst het verzoek niet om die reden afwijzen; de wet stelt namelijk geen eisen aan de vorm van het verzoek. De procedure heeft betrekking op de aanslag vennootschapsbelasting 2000 van de moedermaatschappij. De moedermaatschappij heeft aangifte gedaan, uitgaande van een fiscale eenheid met de dochtermaatschappij. Het Hof heeft geoordeeld dat deze aangifte daarom ook een verzoek was van de moedermaatschappij om een fiscale eenheid met haar dochter te vormen. Het regime van de fiscale eenheid is met ingang van 2003 veranderd. De kans dat pas in de aangifte een verzoek om opneming van een nieuw opgerichte dochtermaatschappij wordt gedaan is veel kleiner geworden omdat de termijn voor het indienen van een dergelijk verzoek is bekort tot drie maanden na oprichtingsdatum van de dochter.
Een verzoek om een dochtermaatschappij vanaf haar oprichting in een fiscale eenheid op te nemen kan worden gedaan bij de aangifte vennootschapsbelasting van de moedervennootschap. De Hoge Raad heeft dat uitgesproken in een arrest waarin een uitspraak van Hof Arnhem is bevestigd. Volgens het Hof mag de belastingdienst wel voorschrijven dat bij een dergelijk verzoek gebruik gemaakt wordt van een bepaald formulier. Wanneer van dat formulier geen gebruik wordt gemaakt mag de belastingdienst het verzoek niet om die reden afwijzen; de wet stelt namelijk geen eisen aan de vorm van het verzoek. De procedure heeft betrekking op de aanslag vennootschapsbelasting 2000 van de moedermaatschappij. De moedermaatschappij heeft aangifte gedaan, uitgaande van een fiscale eenheid met de dochtermaatschappij. Het Hof heeft geoordeeld dat deze aangifte daarom ook een verzoek was van de moedermaatschappij om een fiscale eenheid met haar dochter te vormen. Het regime van de fiscale eenheid is met ingang van 2003 veranderd. De kans dat pas in de aangifte een verzoek om opneming van een nieuw opgerichte dochtermaatschappij wordt gedaan is veel kleiner geworden omdat de termijn voor het indienen van een dergelijk verzoek is bekort tot drie maanden na oprichtingsdatum van de dochter.