Aangaan lening door BV niet onzakelijk

Volgens de wet op de vennootschapsbelasting drijft een BV haar onderneming met behulp van haar gehele vermogen. Dat betekent dat in beginsel iedere door een BV aangegane overeenkomst van invloed is op de winstberekening. Uitzondering geldt indien en voor zover de BV een overeenkomst op onzakelijke gronden ten gerieve van een aandeelhouder is aangegaan. De bewijslast van dergelijk onzakelijk handelen rust op de inspecteur. Een BV verstrekte een lening aan een andere BV. Deze BV was een opdrachtgever van de eerste BV. Tussen de BV’s bestond geen andere relatie. Korte tijd na het verstrekken van de geldlening ging de debiteur failliet. De inspecteur wilde de afboeking van de lening ten laste van de winst niet accepteren omdat er naar zijn mening sprake was van onzakelijk handelen.Volgens Hof Amsterdam was er onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat de lening was verstrekt om een aandeelhouder te gerieven. De BV behaalde een belangrijk deel van de omzet bij deze opdrachtgever. Dat gegeven kon een zakelijk belang opleveren voor het aangaan van de lening. Er was niet gebleken dat de debiteur ten tijde van het verstrekken van de lening op ‘omvallen’ stond. Volgens het Hof slaagde de inspecteur er niet in te bewijzen dat de overeenkomst op onzakelijke gronden was aangegaan om (een van) de aandeelhouder(s) op enigerlei wijze te gerieven. Het door de BV uitgeleende bedrag vormde daarom geen onttrekking.
Volgens de wet op de vennootschapsbelasting drijft een BV haar onderneming met behulp van haar gehele vermogen. Dat betekent dat in beginsel iedere door een BV aangegane overeenkomst van invloed is op de winstberekening. Uitzondering geldt indien en voor zover de BV een overeenkomst op onzakelijke gronden ten gerieve van een aandeelhouder is aangegaan. De bewijslast van dergelijk onzakelijk handelen rust op de inspecteur. Een BV verstrekte een lening aan een andere BV. Deze BV was een opdrachtgever van de eerste BV. Tussen de BV’s bestond geen andere relatie. Korte tijd na het verstrekken van de geldlening ging de debiteur failliet. De inspecteur wilde de afboeking van de lening ten laste van de winst niet accepteren omdat er naar zijn mening sprake was van onzakelijk handelen.Volgens Hof Amsterdam was er onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat de lening was verstrekt om een aandeelhouder te gerieven. De BV behaalde een belangrijk deel van de omzet bij deze opdrachtgever. Dat gegeven kon een zakelijk belang opleveren voor het aangaan van de lening. Er was niet gebleken dat de debiteur ten tijde van het verstrekken van de lening op ‘omvallen’ stond. Volgens het Hof slaagde de inspecteur er niet in te bewijzen dat de overeenkomst op onzakelijke gronden was aangegaan om (een van) de aandeelhouder(s) op enigerlei wijze te gerieven. Het door de BV uitgeleende bedrag vormde daarom geen onttrekking.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u