Aan BV betaald ziekengeld voor partner DGA had verloond moeten worden
Een BV nam een arbeidsgehandicapte in dienst. Bij ziekte had deze werknemer niet alleen recht op doorbetaling van loon op grond van het BW, maar ook aanspraak op ziekengeld tot maximaal 100 % van het dagloon. De werkgever mocht het verschuldigde loon verminderen met de ziekengelduitkeringen. In het arbeidscontract was opgenomen dat de werknemer geen recht had op betalingen aan de BV die verband hielden met zijn arbeidsongeschiktheid. De werknemer was de levenspartner van de DGA van de BV en had de onderneming van de BV mede gefinancierd. Wegens ziekte van de werknemer betaalde het UWV in totaal een bedrag van ƒ 130.000 aan de BV. De BV betaalde dit bedrag niet door aan de werknemer en voldeed evenmin aan haar verplichting tot terugbetaling wegens niet doorbetaling aan de werknemer. De inspecteur was van mening dat de werknemer het ziekengeld als loon had genoten op het moment van uitbetaling door het UWV aan de BV en legde een naheffingsaanslag loonbelasting op. Hij paste daarbij de bijzondere bepaling in de wet op de loonbelasting toe, die uitstel van salaris door een DGA grotendeels onmogelijk maakt. De bepalingen in de arbeidsovereenkomst waren naar zijn mening ingegeven door de persoonlijke relatie tussen de werknemer en de DGA van de BV. Hof Arnhem leidde uit een arrest van de Hoge Raad af dat de bijzondere bepaling uit de loonbelasting ook van toepassing is op werknemers die zelf kunnen bepalen of en zo ja wanneer zij hun salaris genieten, ook al zijn zij zelf geen DGA. Gezien diens relatie met de DGA was de werknemer naar het oordeel geen “gewone” werknemer. Dat betekende dat de bijzondere bepaling van de loonbelasting van toepassing was. De BV had op het tijdstip waarop zij het ziekengeld ontving loonheffing moeten inhouden en afdragen. De naheffingsaanslag was terecht opgelegd. Vanwege de toepassing van een bijzondere bepaling ontbrak naar het oordeel van het Hof opzet of grove schuld bij de BV. De opvatting dat er geen inhoudings- en afdrachtverplichting was voor het ontvangen ziekengeld vormde een pleitbaar standpunt. Het Hof vernietigde daarom de opgelegde vergrijpboete.
Een BV nam een arbeidsgehandicapte in dienst. Bij ziekte had deze werknemer niet alleen recht op doorbetaling van loon op grond van het BW, maar ook aanspraak op ziekengeld tot maximaal 100 % van het dagloon. De werkgever mocht het verschuldigde loon verminderen met de ziekengelduitkeringen. In het arbeidscontract was opgenomen dat de werknemer geen recht had op betalingen aan de BV die verband hielden met zijn arbeidsongeschiktheid. De werknemer was de levenspartner van de DGA van de BV en had de onderneming van de BV mede gefinancierd. Wegens ziekte van de werknemer betaalde het UWV in totaal een bedrag van ƒ 130.000 aan de BV. De BV betaalde dit bedrag niet door aan de werknemer en voldeed evenmin aan haar verplichting tot terugbetaling wegens niet doorbetaling aan de werknemer. De inspecteur was van mening dat de werknemer het ziekengeld als loon had genoten op het moment van uitbetaling door het UWV aan de BV en legde een naheffingsaanslag loonbelasting op. Hij paste daarbij de bijzondere bepaling in de wet op de loonbelasting toe, die uitstel van salaris door een DGA grotendeels onmogelijk maakt. De bepalingen in de arbeidsovereenkomst waren naar zijn mening ingegeven door de persoonlijke relatie tussen de werknemer en de DGA van de BV. Hof Arnhem leidde uit een arrest van de Hoge Raad af dat de bijzondere bepaling uit de loonbelasting ook van toepassing is op werknemers die zelf kunnen bepalen of en zo ja wanneer zij hun salaris genieten, ook al zijn zij zelf geen DGA. Gezien diens relatie met de DGA was de werknemer naar het oordeel geen “gewone” werknemer. Dat betekende dat de bijzondere bepaling van de loonbelasting van toepassing was. De BV had op het tijdstip waarop zij het ziekengeld ontving loonheffing moeten inhouden en afdragen. De naheffingsaanslag was terecht opgelegd. Vanwege de toepassing van een bijzondere bepaling ontbrak naar het oordeel van het Hof opzet of grove schuld bij de BV. De opvatting dat er geen inhoudings- en afdrachtverplichting was voor het ontvangen ziekengeld vormde een pleitbaar standpunt. Het Hof vernietigde daarom de opgelegde vergrijpboete.